Interventies
Systeemdenkers geloven in en zijn op zoek naar interventies met hefboomwerking. Een goede interventie is een actie – of juist het besluit niets te doen – waarbij je met relatief weinig inspanning een groot resultaat behaald. De ideale interventie is vaak tegen intuïtief, want als je het intuïtief zou weten was het allang gebeurd*. Het is wel vaak zo dat we intuïtief weten waar we ongeveer aan zouden moeten werken, maar dat we dan precies het tegenovergestelde doen dan dat zou moeten gebeuren.
Het rapport ‘Limits to Growth’ van de Club van Rome toonde aan dat ‘economische groei’ een belangrijke interventie is om een einde te maken aan armoede, honger, destructie van habitat en milieu. Wereldleiders zijn dus terecht geobsedeerd met groei. Alleen doen ze hierin precies het verkeerde. Het gaat niet om meer groei, maar om minder groei en misschien zelfs negatieve groei.
Een ander voorbeeld: als een paard op hol slaat zijn we geneigd aan de teugels te trekken. Echter; hier gaat een paard alleen maar harder door en wordt nog minder goed te controleren. Je moet wel iets doen met je teugels, maar dat is vooral ontspanning hierin brengen. Dat doe je door een lichte druk op je teugels te houden, diep te gaan zitten, je benen aan je paard te houden, opdat je paard gaat ontspannen en de druk op de teugels minder wordt.
Legendes gaan over interventies
Het geloof in interventies (in het Engels: ‘leverage points’) is niet uniek voor mensen die zich bezighouden met systeemanalyses. Dit geloof is een bekend onderdeel van legendes; de heilige graal, het magische paswoord, de held met precies de juiste actie op het juiste moment. Het gaat in legendes om de zogenaamde moeiteloze manier waarop hele grote obstakels overwonnen worden.
Ook systeemdenkers zijn hiernaar op zoek. Maar dit is niet makkelijk. Een tweede waarschuwing is op zijn plek. Een goede interventie ontwerpen/bedenken is geen garantie voor succes. Alleen de praktijk zal leren of iets werkt. Wel is het vaak mogelijk om interventies op kleine schaal te testen.
Een goede interventie voldoet aan een aantal eisen. Effectieve interventies:
- Zijn gefocust op systeem-eigen factoren zodat het systeem beter omgaat met externe gebeurtenissen en krachten. De systeemstructuur wordt zo robuuster.
- Zorgen dat ook overtuigingen en mentale modellen worden aangepast.
- Beklijven en zijn zelf-organiserend
- Zijn in staat om op lange termijn een kwalitatieve verandering in prestaties te realiseren
- Gaan uit van een hefboomwerking: een relatief kleine inzet heeft een groot effect
Om bovenstaande wijsheid samen te vatten met een stereotypisch voorbeeld (met enkele aanpassingen): leer een man vissen, een visnet maken en communiceren met zijn dorpsgenoten over hoeveel vis hij vangt en hoeveel vis er in totaal gevangen kan worden om de visstand op peil te houden, en hij kan jarenlang voorzien in zijn levensonderhoud. Geef je hem elke dag een vis, dan heeft hij geen honger, maar op een dag heb je geen zin of geen tijd meer om hem een vis te geven en dan ben je terug bij af.
Om tot een goede interventie te komen zijn vier stappen van belang:
- Identificeer en sta stil bij de gewenste resultaten van een interventie
- Genereer mogelijke interventie-strategieën
- Evalueer de opties
- Test interventies
Op elk van deze vier punten gaat het vaak mis. We bedenken wel een ‘oplossing’, die we interventie noemen en focussen vervolgens op die oplossing, in plaats van op de gewenste resultaten van de oplossing die we uitproberen.
We bedenken vaak één oplossing en niet meerdere interventie-strategieën. We evalueren de opties niet, door ons te verplaatsen in stakeholders die de consequenties ervaren van onze oplossingen. En we vergeten oplossingen te testen.
We doen het gewoon en monitoren niet zorgvuldig wat de gevolgen zijn. Als we wel monitoren kijken we vaak alleen naar de gewenste gevolgen en vergeten we onze ogen open te houden voor neveneffecten.
Een voorbeeld
Toen we hoorden dat Italië zijn eigen afval niet kon verwerken en het afval structureel op straat lag, wilden we wat doen. We stuurden er Nederlandse expertise naar toe, dan komt het vast goed. Nederland is goed in afvalmanagement. Een paar jaar later lezen we in de krant:
Dit voorbeeld maakt nieuwsgierig. Wat waren de alternatieve strategieën? Wat waren de gewenste resultaten? Was de interventie die werd gekozen gefocust op systeem-eigen factoren zodat het systeem beter om kan gaan met externe gebeurtenissen en krachten?
Tip: voor elk systeemarchetype dat systeemdenkers kennen, zijn verschillende soorten interventies geschikt om te overwegen.
Meestal is een combinatie van interventies nodig. Zoals ook uit deze blog over de terugkomst van de skrei blijkt.
De skrei (een vissoort) dreigde volledig te verdwijnen, maar na 20 jaar is de visstand weer op peil dankzij een aantal verschillende interventies die gelijktijdig werden ingezet.
Tip: ga naar de beschrijvingen van verschillende systeemarchetypes om meer te lezen over diverse interventie-mogelijkheden per archetype.
Slim, slimmer, slimst – niveaus van interveniëren
Een interessant perspectief op de kracht van systeeminterventies, komt van Donella Meadows. Een van de bekendste systeemdenkers die de wereld kent. O.a auteur van het rapport Limits to Growth, met haar man Dennis Meadows.
Terwijl ze aanwezig was bij een workshop waarin een heel nieuw complex systeem werd opgetuigd, zonder goed besef van de consequenties – zo schrijft ze zelf – bedacht ze zich dat er misschien wel lagen van interventies bestaan, waarbij interventies op de diepste laag de meeste impact hebben.
Ze zette dit op een flip-over tijdens de workshop en deze lijst van interventies besprak ze vervolgens op vele conferenties en educatieve gelegenheden met ‘peers’.
Ze vindt het zelf nog altijd een ‘work in progress’**, want complexe systemen, ‘zijn nu eenmaal complex’ en interventies zijn altijd lastig te vinden.
Anderen zijn meer onder de indruk dan zij zelf. Het is een hele belangrijke lijst geworden, die iedereen die zich met systeemdenken bezighoudt, kent. De niveaus zijn als volgt:
Plekken om te interveniëren in een systeem (in volgorde van effectiviteit, met 12 als minst effectief)
12. Constanten, parameters, getallen (zoals subsidies, belastingen en standaarden).
Sleutelen aan constanten, parameters en getallen heeft effect op het systeem: als OPEC landen meer olie oppompen worden de olievoorraden groter en gaat de prijs omlaag, wat een toename van consumptie veroorzaakt. Als standaarden voor luchtvervuiling worden aangepast leidt dit tot acties bij gemeenten. Als een boer meer land laat braak liggen, heeft dit effect op de ‘output’ van zijn systeem. Als er ineens subsidie is voor vergroening van daken, gaan meer mensen dit doen.
Let op: het aanpassen van parameters creëert geen fundamentele verandering in het systeem.
11. De grootte van buffers en andere stabiliserende voorraden, relatief aan hun ‘doorstroom’
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het wel of niet onderdeel maken van waterbassins binnen een regionaal voedselsysteem, waarbij steeds extremer weer – droogte/ hevige regenval – ontregelend kan werken op de voedselproductie. Denk ook aan het zorgen voor voedselvoorraden.
Hoe extremer een systeem op en neer schiet, hoe belangrijker buffers worden
10. De structuur van materiaalstromen en voorraden. Zoals transportnetwerken, de opbouw van een land in leeftijden.
Als we fietspaden breder maken, een ringweg creëren, een fabriek anders inrichten, of beleid inrichten om het aantal geboortes te beperken of juist aan te moedigen, door al dan niet voldoende en goedkope kinderopvang beschikbaar te stellen, veranderen we iets aan de structuur van stromen en voorraden in een systeem, wat tot andere uitkomsten leid
9. De duur van vertragingen, relatief aan de snelheid van systeemverandering.
Vertragingen tussen oorzaak en gevolg, zijn inherent aan levende systemen. Vertragingen zijn niet makkelijk aan te passen. Soms lukt het echter wel en dan heeft dit groot effect; denk aan de introductie van zwangerschapstesten, snellere bevoorrading en de introductie van een wapenstilstand.
8. De kracht van stabiliserende feedback loops, relatief ten opzichte van de impact waarvoor ze corrigeren
De kracht van een stabiliserend patroon – de mate waarin het dat patroon lukt om een bepaalde ‘voorraad’ bij een bepaald ‘doel’ te houden – hangt af van de combinatie van alle parameters en relaties daartussen. Door te werken aan de accuraatheid en snelheid van monitoring, de snelheid en kracht van een reactie en de directheid en grootte van stabiliserende stromen, kunnen stabiliserende feedback loops aan kracht winnen, relatief ten opzichte van de impact waarvoor ze corrigeren.
Denk bijvoorbeeld aan de respons op de uitbraak van Ebola.
7. De wijze waarop zichzelf versterkende feedbackloops zich ontwikkelen
Zichzelf versterkende feedback loops, bijvoorbeeld binnen het archetypische feedbackmechanisme, ‘succes aan de succesvolle’, kunnen geremd worden, bijvoorbeeld door ‘mensen met meer inkomsten’ procentueel meer te belasten dan ‘mensen met minder inkomsten’. Of door het systeem van handicaps in de golfwereld. Hoe beter je wordt, hoe groter je handicap. Zo blijft golfen leuk voor alle spelers en worden verschillen tussen spelers niet onbedoeld verder uitvergroot.
6. De structuur van informatiestromen (wie heeft wel en geen toegang tot informatie)
Ontbrekende informatiestromen is een van de meest bekende oorzaken dat systemen niet goed werken. Breng je die informatiestromen op een effectieve wijze terug, dan kan dat veel effect hebben. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een meterkast die zich zichtbaar bevindt in de gang bij de voordeur, waar bewoners elke dag langs lopen, al direct vermindering van stroomverbruik oplevert. Het verschil tussen een slimme, zichtbare meter en een verstopte meter zal nog groter zijn.
De duurzaamheidstrend om consumenten en ‘het stuk vlees of de groenten die ze kopen’ bij de producent, direct aan elkaar te koppelen, is ook een poging om de informatiestroom te herstellen.
Prijs kan een goede vorm zijn om ‘feedback’ te geven, maar het kan ook volkomen verkeerd uitpakken. Een steeds hogere visprijs zal er alleen maar toe leiden dat vissers zich gedreven voelen om de laatste paar vissen weg te vissen; dat is immers lucratief! De actuele stand van de vispopulatie is nodig als informatie feedbackloop, om ervoor te zorgen dat vispopulaties beschermd worden.
Het is van belang om een informatie gebaseerde feedbackloop, op overtuigende wijze neer te zetten, en op de juiste plek in het systeem. Als je alle gebruikers van een watervoerende laag in de ondergrond erop wijst dat die bijna uitgeput is en herstel nodig heeft, zullen gebruikers vooral denken: nog snel even pompen! Als in dit geval de prijs van water snel zou stijgen naarmate de grondlaag verder uitgeput raakt, zouden gebruikers hun heil elders zoeken en de bron zijn herstel gunnen.
5. De regels van het systeem (beloningen, bestraffingen en beperkingen)
De regels in een systeem bepalen ongelooflijk veel. Laten we ons eens voorstellen dat de regels van het spel veranderen; dan zie je gelijk de kracht ervan. Als studenten hun onderwijzers zouden beoordelen in plaats van andersom. Als in ons onderwijssysteem niet langer diploma’s werden uitgereikt maar je simpelweg les nam totdat je het door had. Als een groep kinderen als klas een cijfer krijgt in plaats van als individu. Als deelnemers van een voetbalcompetitie beoordeeld werden op fair play en schoon spel. Wat zou er dan gebeuren?
4. De kunst om een zichzelforganiserende systeemstructuur toe te voegen, te veranderen of zich te laten ontwikkelen.
Elk levend systeem heeft de potentie tot zelforganisatie. Echter, als de mens eraan te pas komt wordt die zelforganisatie nogal eens de kop ingedrukt. Deze interventie is dan ook grappig genoeg meer een pleidooi om zelforganisatie te laten gebeuren, dan om echt iets te doen.
Daar waar wethouders ruimte geven aan burgers om het zelf te doen, daar waar de CEO van een groot bedrijf naar de achtergrond verdwijnt (denk aan SEMCO) ontstaat een ongelooflijke vindingrijkheid en veerkracht.
Als ik aan deze interventie denk – die dus feitelijk inhoudt: een stapje terug doen en 1000 bloemen laten bloeien, zorgen dat mensen elkaar kunnen vinden, dat het systeem kan leren van ‘fouten’ – dan denk ik aan de Transition-Town beweging, of bottom-up energie coöperatieven.
Maar ook aan spontane projectgroepen in organisaties, de recente revoluties in het Midden-Oosten, of de Occupy-beweging. Systemen hebben iets in zich waardoor ze in staat zijn om te evolueren: laten we zorgen dat we die natuurlijke processen niet blokkeren.
3. De doelen van het systeem
Het doel van een systeem heeft een groot effect. Het ‘overheerst’ eerdergenoemde aspecten. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen een not-for-profit organisatie, een for-profit organisatie en een social enterprise. Deze organisaties doen de dingen echt anders. Herdefinieer met iedereen die ertoe doet het doel van het systeem; daaruit zal de rest van de verandering volgen.
Aanvulling vanuit ‘systemisch perspectief’
In het systemisch werken met organisaties via opstellingen, is ontdekt dat systemen altijd worden opgericht vanuit een impuls om een zogenaamde ‘bestemming’ te bereiken. Deze impuls ontstaat in respons op wat er aan de hand is in de maatschappelijke context in de periode van oprichting. Niet altijd zijn en/of blijven organisaties zich bewust van deze oorspronkelijke bestemming.
Als die bestemming bereikt wordt, dan ontstaan vaak ongewenste symptomen.
2. De mindset of het paradigma van waaruit het systeem ontstaat – hieruit volgen doelen, structuur, regels, vertragingen en parameters
De oude Egyptenaren bouwden piramides omdat ze geloofden in een leven na de dood. We leven nu in een wereld waarin economische, consumptiegedreven groei wordt gezien als de beste manier om de welvaart in de wereld te vergroten en armoede te verminderen. We leven ook in een wereld waarin aan ratio grotere waarde wordt toegekend dan diepere, innerlijke vormen van weten. Als je in staat bent om te snappen vanuit welk paradigma een probleem ontstond, kan je op zoek naar een ander paradigma en met inspiratie van dit andere paradigma het systeem herontwerpen.
1. De kunst om boven paradigma’s uit te stijgen
Als je weet dat we nu in een dominant paradigma zitten, maar dat er ook andere paradigma’s zijn, dan kan je hiermee spelen. Dit geeft een enorme denkkracht. Je kunt als het ware boven het bestaande dominante systeem uitstijgen en een nieuw systeem voor ogen krijgen, dat geheel anders werkt.
Om boven paradigma’s uit te kunnen stijgen is een andere staat van bewustzijn nodig. Otto Scharmer noemt dit de staat van ‘presencing’. Systemisch wordt dit genoemd ‘in het lege midden zijn’. Soefis noemen dit ‘tegenwoordigheid’. Lees ook deze blog hierover.
En lees het essay van Donella Meadows over leverage-points-meadows.
* Systeemdenkers en mensen die systemisch werken, zijn beiden op zoek naar interventies. Ook in het systemisch werken blijken interventies vaak tegen-intuïtief. Een bekend principe van systemisch werken is dat het van belang is om te snappen waar het probleem in feite de oplossing voor is. Als je dat begrijpt, dan kan je ook makkelijker tot goede interventies komen. Zie ook de sectie over ‘systemisch werken‘.
**Waarbij ze zelf niet langer meewerkt, omdat ze inmiddels al zo’n 20 jaar dood is.
