Tussentijd

Ik merk dat ik de tijd wil vastpakken. Of me erdoor wil laten meezuigen. Zonder nadenken de
trein instappen op weg naar een afspraak. Niet teveel nadenken.
Om me heen de geluiden van de stad. Mijn partner zit naast me te werken. De meeste mensen
zijn nog op vakantie. Wij net terug. De tijd leek te vliegen de afgelopen weken. Ondanks de
vakantie. En nu staat hij ineens stil. Niemand heeft mij nodig. Ik word nergens verwacht.
Tussentijd. Het is als een ruimte. De ruimte tussen het ene verhaal en het andere.
Een irritante ruimte, want wat moet ik ermee? Deze ruimte doet me vertwijfelen, drentelen,
besluiteloos zijn. Weg met die ruimte! Of zie ik iets over het hoofd?
Toen ik net in versufte toestand de hond uitliet zag ik ‘m ineens overal. Die tussentijd.
Volgens Charles Eisenstein (auteur) is het de tijd tussen het oude en het nieuwe verhaal.
Het oude verhaal (waarin we vooral afgescheiden zijn van onszelf, elkaar en de natuur) is nog
overal zichtbaar. Te zichtbaar, als je het mij vraagt, maar dat helpt niet. Het nieuwe verhaal
(van ‘interzijn’ en verbinding) is er nog niet. De kiemen bevinden zich onder de oppervlakte.
De kiemen nemen in kracht toe en wachten op het juiste moment om te ontpoppen. Maar dat
zie ik niet met eigen ogen. Daar moet ik maar op vertrouwen.
Omdat ik niet goed kijk, zie ik het nieuwe niet opkomen. Het oude niet afsterven. De tijd lijkt
stil te staan. En ik zelf ook. De twijfel slaat toe. Wat doe ik hier? Wie ben ik eigenlijk? Waar
draag ik aan bij? Wat heeft het eigenlijk allemaal voor zin?
Wanhoop
De platanen aan de singel verloren al heel vroeg in de zomer hun bast. De naakte waarheid is
dat ze daarmee grotere kans hebben om te overleven. Maar dorst blijven ze houden.
De komende jaren worden drogere zomers dan ooit tevoren. Steden warmen op. En ik zie
geen van mijn buren hun dak vergroenen. De woningen die naast ons zijn opgeleverd, nog
onbewoond, maar klaar voor een volgende fase, zijn volledig van beton en baksteen.
Wanhopig zou ik ervan kunnen worden.
Waarom gebeurt er niks? Standaard zonnepanelen op nieuwe of gerenoveerde panden. Een
verbod op beton in tuinen. Groene gevels.
Ik snak naar vernieuwing, naar daadkracht en bewijs dat we ervoor gaan met zijn allen. En ik
zie het niet.
Perspectief op mezelf
mooi zegt – en check wat er in mij gaande is. Hoe vaak ik die oefening wel niet aan anderen
heb aangereikt. Dat wat je opvalt in anderen of in je omgeving, is wat onbewust gaande is in
jou.
In mij is een oud verhaal aan het verdwijnen maar dat zie ik nog onvoldoende scherp. Er is
ook een nieuw verhaal in opkomst. Maar ook dat is nog nauwelijks zichtbaar.
Het oude verhaal van ‘als ik goed mijn best doe’, ‘haal ik goede cijfers’, en ‘heb ik straks een
goede baan’; met als bonus: een leven lang orde en zekerheid – maakt plaats voor een nieuw
verhaal waar ik veel minder grip op heb. Dat ik veel minder goed kan uittekenen. Het is een
verhaal waarin relaties centraal staan. En het leven zelf. Wat maak ik mogelijk? Voor wie?
Hoe dien ik het leven? Wat vertelt mijn hart me om te doen? Hoe kan ik op een nog fijnere
manier aanwezig zijn voor eenieder die mij dierbaar is.
‘The bold move’
Met mijn partner en zijn kinderen besloten we recent om ons leven om te gooien. Binnen niet
afzienbare tijd verhuizen we naar een droomplek midden in Plan Tureluur. Vakantie–eiland
Schouwen–Duiveland. De Oosterschelde. Een kwetsbaar maar oh zo bio–divers gebied:
oordopjes tegen de kievieten. Je privacy weg door een verstrooide koe die de oprijlaan
opwandelt of door een groepje lepelaars dat geen afstand houdt. Een magische plek. En dat
roept vragen op.
Wie zijn wij om dit te doen? Waarom wij? Zijn wij dit waard? We vroegen het ons allebei af.
Maar als ik heel eerlijk ben, dan gaat dit besluit helemaal niet om ons. Om mij met mijn
reflectieve kanten, verstokte wereldverbeteraar, met mijn grote verantwoordelijkheidsgevoel.
Een ook niet om mijn partner met zijn creatieve kracht, zijn heldere concepten, gevoel voor
humor en gewaagde dansmoves.
Het gaat om een plek. Een plek vol leven waar wij onderdeel van worden. En op onze unieke
wijze aan gaan bijdragen.
Zowel het gevoel ‘wie zijn wij nu helemaal’ om dit te doen, als het gevoel: ‘wow, wat
bijzonder dat we dit doen en dat we het lef hebben’, kloppen niet.
Het valse narratief
In een zoektocht om te begrijpen waarom niet, kwam ik via filmmaker Ian McKenzie (die ook
Charles Eisenstein mooi interviewt) bij Stephen Jenkinson (spiritueel activist). Ineen
interview met Ianverwoordt Jenkinson het voor mijn gevoel scherp:
The urge to be nobody, to have no consequence whether you lived or died, and the lust to be
somebody, to leave your footsteps on earth as testament to your existence. Both perspectives
are inextricably bound, revolving around the unseeable truth: the Selfremains in the center.
This false dichotomy is found within thenarratives of the dominant culture: Are humans a
cancer on the planet, a flawed accident that deserves to be extinguished? Or are we the
pinnacle of evolution, buoyed by our technology and bound for the stars?
reflection of you and therefore, potentially “mine.” Whether through trauma or neglect, this
perspective can reverse, turning the judgement inward. Herein liesguilt, shame, depression,
self–hatred. Herein lies psychology, where the problem is your maladjustment. The
fashionable response in personal development and spiritual circles is often self–love. “You
must love the self before you can love the world.”
The antidote to self–hatred is not self–love. It’s to love the world instead.It’s to love the world
despite your brokenness.”
Verliefd
De tussentijd die ik voel – maakt dat tot me doordringt hoe belangrijk het is om weer ‘verliefd
te worden’ op de wereld. Op de wind die de stilstaande bladeren in beweging brengt en de
nodige verkoeling brengt in de stad. Op mijn partner die mooi is met zijn zomerse
stoppelbaard, terwijl hij aan een nieuw tijdschrift werkt. Op zijn kinderen en hun kleffe
armpjes om mijn nek.
Ik adem het leven in. De wereld. In al haar schoonheid en lelijkheid. En ik vier de tussentijd
als een ruimte om te voelen hoe het leven verder wil. Als een moment om weer verliefd te
worden op de wereld. Kwestie van je ogen opendoen en om je heen kijken
