skip to Main Content

Wat ik leerde van The Burren zit nu voor altijd in mijn lijf

Blogs

Vorig jaar vroeg ik aan mijn gezin een bijzonder cadeau voor mijn verjaardag. Geen geld, geen cadeaus, maar simpelweg een week tijd. Tijd om het water over te reizen richting Ierland en nog verder naar de westkust, naar ‘the Burren’. In het kielzog van Matthijs Schouten, Louis Bijl de Vroe en in gezelschap van een twintigtal nog onbekende reizigers, die ook achter deze twee ‘papa poules’ aan wilden hobbelen. Allemaal op zoek naar iets. Voor mij was dat ‘iets’ op dat moment nog ongrijpbaar.

Het vertaalde zich in een vraag die ik inpakte bij vertrek en die er al was voordat ik een paklijst doorgestuurd kreeg: “Doe ik nog wel de goede dingen, zit ik nog op de goede weg? Wat is daarop uw antwoord? Oh, Burren?”

Ik verlangde naar buiten zijn. Naar het voelen van cadans en ritme tijdens lange wandelingen. En was ook wel enigszins huiverig voor te veel inspiratie om al wandelend op te kauwen. Zou ik mijn eigen gedachten dan nog wel horen?

Het geraamte en de bloedsomloop

En zo hobbelde ik achter een bijzonder duo aan, hopend om niet overvoerd te worden met informatie. Bus in, bus uit. Van de ene prachtplek naar de volgende. Met de metafoor van het menselijk lichaam als structuur, begonnen we bij ‘het geraamte en de bloedsomloop’ van the Burren. En we voelden hoe de begintijd in the Burren, waardoor het landschap zich vormde tot hoe het nu is, gewoon nog altijd aanwezig is. Alsof niet alleen de ‘karst’ maar ook de ‘diepe tijd’ aan de oppervlakte ligt in dit gebied, klaar om aangeraakt te worden[1].

Als groep leren we op dag een luisteren naar dit voor the Burren typische karstlandschap. Oftewel een landschap waarbij kalksteen langzaam oplost in water en een diep ondergronds rivierenstelsel vormt, met vele mysterieuze grotten. Een landschap dat zo’n 400 miljoen jaar geleden ontstond nabij de evenaar in een Tropische zee, toen de Amerikaanse en Euraziatische platen naar elkaar begonnen te bewegen. Als in een woeste dans. Het verhaal van the Burren blijkt niet alleen het verhaal van de migratie en het botsen van continenten, maar ook van het ontstaan van een grote rivierdetla, van de expansie en samentrekking van polaire ijskappen en van regens die binnen zwiepen vanaf de Atlantische oceaan. De rotsen van ‘the Burren’ kennen allen hun oorsprong in het Carboon. Een periode tussen de 359 en 299 miljoen jaar geleden, zo genoemd vanwege de afzettingen van kolen in Noord-Amerika en Europa.

Gelukkig heeft Dirk (de broer van Louis) Matthijs een microfoontje opgespeld, waardoor alle details van dag een die ik nu alweer vergeten ben, hopelijk later nog eens mijn geraamte binnensijpelen.

Gemeenschap van leven

Op dag twee ontdekken we waarom botanici van over de hele wereld orgastisch geluk ervaren in the Burren. We maken kennis met Arctische, Mediterrane en Noord-Atlantische planten die samen een plantgemeenschap vormen op de kalkrijke ondergrond. Maar dat kan toch helemaal niet!?, glundert Matthijs. Al wetend dat het natuurlijk wel kan, het is ook gewoon zo. Maar als kleine kindertjes pijnigen we onze hersenen om een zo plausibel mogelijk antwoord te vinden op de vraag die volgt: hoe dan? Hoe kunnen schaduw-minnende en zon-liefhebbende planten, planten die van bossen houden en planten die voorkeur hebben voor open vlaktes, hier samenleven? Vraagt Matthijs, na ons alle plantjes te hebben laten zien.

Article content
Ganzerik
Article content

Nou: door de zorgvuldige (winter)begrazing van koeien, op aanwijzing van wijze mensen in de gemeenschap, die jaarlijks bepaalden hoeveel koeien waar mochten grazen. Door het grazen snoepen de koeien die planten weg die iets beter aangepast zijn aan de omstandigheden, waardoor planten die al eerder in dit gebied terecht zijn gekomen (zie dag een voor de successie van verschillende ‘klimaten’) niet overwoekerd worden door beter aangepaste planten. Waar de wetenschap ondertussen weet dat winterbegrazing bijdraagt aan ‘regeneratie’ van landschappen (o.a. door toename van diversiteit van leven), was die wijsheid hier altijd aanwezig. En toen deze wijsheid dreigde te verdwijnen, greep de gemeenschap in.

Samenlevingskunst

Op het kleine eilandje Inisheer leren we op dag drie meer over de Keltische cultuur van ‘conviviality’ (‘samenlevingskunst’?). Een cultuur waar we op dag twee al mee kennismaakten als het ging om begrazingspraktijken, waardoor de biodiversiteit hoogtij bleef vieren in dit gebied.

Wat me in eerste instantie vooral raakt deze derde dag, zijn de velen verhalen over praktijken die de relatie tussen mensen onderling en mens en natuur verstevigden. Zo vertelt Matthijs dat in de Keltische cultuur kinderen bij geboorte direct al pleegouders aangewezen kregen. Niet alleen voor het geval dat hun eigen ouders iets zou overkomen. Maar als een standaard ‘uitwisselingspraktijk’ waardoor elk kind ook de manier van zijn van andere volwassenen kon meekrijgen.

Ik beeld me in dat ik met het aanvaarden van het ouderschap van onze kinderen, zelf zou hebben geweten dat ik (tijdelijk) ouder van andermans kinderen zou worden. En dat ik al voor ik zou bevallen zou weten dat andere ouders in mijn gemeenschap ook een tijdje onze kinderen onder hun hoede zouden krijgen. Ik kan nu al voelen hoezeer dat de lokale gemeenschap waar ik nu deel vanuit maak, zou versterken. En tegelijkertijd, hoe spannend ik het zou vinden en hoe ver we daar op dit moment vanaf staan.

Op een andere plek waar we even gaan zitten om naar ‘meester Matthijs’ te luisteren, leren we hoe Keltische wetten medemenselijkheid diep verankerden. Zo mochten artsen niet over een patiënt praten op een manier die de patiënt zelf niet zou begrijpen, op straffe van schadeloosstelling in koeien. En dan waren er nog wetteksten die aanmoedigden in hongerstaking te gaan als de gemeenschap niet goed genoeg voor jou zorgde; een verplichting van de gemeenschap voor al haar deelnemers, inclusief degenen die het minst goed voor zichzelf konden zorgen. En wat te denken van teksten die instrueren hoe om te gaan met bijenvolken, met begrazen en met waterbronnen. Ik word er vrolijk van.

Relationele wijsheid

Toch kan ik het niet helpen om te denken hoe jammer het is dat we deze relationele wijsheid op een gegeven moment losgelaten hebben in West-Europa. Zouden mensen die ‘as we speak’ werken aan het verankeren van rechten voor de natuur, deze historische juridische, gemeenschaps-werkelijkheid kennen? Ik hoop het maar.

Het is mooi om te voelen dat ook in Europa nog levend bewijs is van een relationele cultuur. Een cultuur waarin ten diepste erkend werd hoezeer mens en natuur één zijn en elkaar ondersteunen. En een cultuur die de natuur en het bovennatuurlijke niet kunstmatig uit elkaar trok. Maar hier één verhaal van maakte. Eén beleving.

De afgelopen jaren las ik vele boeken, woonde ik workshops bij of zag ik films die inzicht gaven in de relationele wijsheid van inheemse volkeren als de Kogi (Aluna), de Hopi (Down to Earth), de Potawatomi (Braiding Sweet Grass) en de Aleut (interview). Maar niet eerder vond ik deze inheemse, relationele wijsheid zo dicht bij mijn fysieke huis. Verankerd in nieuwe generaties van een oude gemeenschap, waar ik misschien wel bloedbanden mee heb via mijn Schotse overgrootmoeder.

Alleen maar tranen

Misschien dat het me daarom extra raakte toen er tijdens de reis iets gebeurde dat ik niet zag aankomen. Een les die ik nooit zal vergeten omdat ze gepaard ging met een fysieke ervaring die ik voelde van het binnenste van mijn kleine teen tot in het uiterste van mijn kruin en van mijn vingertoppen tot diep in mijn hart.

Laat me je meenemen in wat er gebeurde.

Aan het einde van dag drie, zo’n anderhalf uur voordat de boot weer zou vertrekken, klauterden we in de volle zon nog een kleine heuvel op. Bovenaan wachtte ons een kerkje verzonken in een duinpan. Het kerkje bleek fysiek niet meer helemaal heel, maar dat maakte haar schoonheid niet minder indrukwekkend.

Al (rechtsom) cirkelend om het kleine kerkje vind ik een ingang, van waaruit ik verder afdaal de duinpan in. Precies in het gevoelsmatige midden van de kerk sta ik stil, waarna mijn lichaam zich ontspant en een diepe ontroering mij overspoelt. Tranen wellen op en als ik er woorden voor probeer te vinden dan voel ik mij ‘heel’. Alsof alles klopt op die plek. En alles stroomt.

Wat overkwam mij hier?

Mijn gedachten gaan terug naar een eerdere keer dat ik dezelfde lichamelijke sensaties ervoer. Verrassend genoeg ook in een kerk. Een Unesco werelderfgoed kerk in Armenië, waar ik achteraf van hoorde dat deze bekend stond om haar energetisch kloppende structuur.

Enkele maanden na de onbeschrijflijke beleving in die kerk in Armenië gebruikte ik een foto van mezelf in diezelfde kerk, om aan te kondigen dat ik voor mezelf ging beginnen. Er had zich iets aan mij geopenbaard op die plek, maar echt verklaren kon ik het niet.

De assen van Klaas

Gelukkig hadden we nu Matthijs. En wat schetst mijn verbazing. Als Matthijs ons samenroept, op dezelfde plek waar ik zo’n diepe ontroering voelde, midden in het kerkje, roept hij niemand minder dan Klaas van Egmond ten tonele om te duiden wat hij vermoedde dat velen van ons hadden kunnen ervaren in dit kerkje. En wat zowel hij als Louis ook hadden gevoeld toen ze er voor het eerst waren.

Nu moet je weten dat Klaas van Egmond iemand is die ik al jaren ken en wiens ‘theorie van het assenkruis’ ik lange tijd zo behulpzaam en waarachtig vond, dat ik hem een vaste rol gaf in leiderschapsprogramma’s die ik ontwierp en begeleidde. Ik ontwierp zelfs een systemische oefening op basis van zijn theorie.

Hoe is het mogelijk. Terwijl Matthijs vertelt, pak ik in gedachten het artikel erbij dat ik eerder schreef over dit assenkruis, zoals beschreven in zijn boek ‘Een vorm van Beschaving’:

“Met als startpunt een brede wetenschappelijke enquête waaruit bewijsvorming vloeide over de verschillende uitersten binnen een integraal wereldbeeld, neemt van Egmond zijn lezers mee op reis. Hij onderbouwt uiterst nauwkeurig zijn stelling dat zoiets als een integraal wereldbeeld bestaat en dat historisch gezien elke keer verschillende accenten worden gelegd binnen dat integrale wereldbeeld.

Het integrale wereldbeeld is opgebouwd langs twee assen: het individu versus de ander en het materiële domein versus het immateriële, geestelijke domein. Dit leidt tot vier kwadranten die afwisselend de menselijke geschiedenis domineren.”

Ook Matthijs begint over de twee assen en het belang van het ‘midden’ vinden op die assen als de enige echte weg naar ‘duurzaamheid’.

Als theorie en ervaring samenkomen

Maar voor ik mij te veel in mijn hoofd terugtrek om Matthijs te kunnen volgen, daalt langzaam een belichaamd weten in. Ineens besef ik dat ik in dit kerkje dit ‘dynamische midden’ ten diepste heb kunnen voelen. Dit kerkje in dit landschap, in deze unieke mens-natuur gemeenschap, waar ik als individu in het midden stond, omringt door graven van voorouders van de gemeenschap die rondom het kerkje liggen en waar je vanuit de buik van de kerk op uit kijkt, liet mij ervaren wat ik theoretisch wel wist, maar waarvan ik de impact nooit eerder zo volledig door kon voelen. En nu ook ‘kon snappen’.

De hele reis naar the Burren, inclusief de gelaagde opbouw ervan – waarbij we allereerst contact maakten met het skelet en de bloedsomloop van het landschap en vervolgens met de grote gemeenschap van leven – vormde de weg naar dit ene moment van ‘diep belichaamd weten’. Een weten waarin evident is dat het materiële en immateriële, het individuele en het collectieve, één onlosmakelijk geheel vormen. Een geheel dat we op elk moment kunnen ervaren. Als we ons daarvoor openstellen. Maar wat nog makkelijker toegankelijk wordt op plekken zoals deze waarin het spirituele en het materiële (de duinpan en de zon, wind en regen die vrij spel heeft in het kerkje), het individuele en het gemeenschappelijke, zo letterlijk samenkomen in de fysieke ruimte.

Heilig staat voor heel

Eerder die week had Matthijs al verklapt dat het woord ‘heilig’ etymologisch van het woord ‘heel’ komt. En dan vertelt Louis wat hen het jaar ervoor was overkomen op dezelfde plek, met een mevrouw uit de Verenigde Staten, die geheel uitgeput boven kwam bij het kerkje, vol overtuiging dat ze daar moest zijn. Maar waarom voelde het dan zo belangrijk om hier naartoe te komen, vroeg Louis aan haar. Geen idee, had ze geantwoord. Ze was op zoek naar een ‘homecoming’. Een diepgaand gevoel van thuiskomen. En ook zij had alleen maar kunnen huilen, onder in het kerkje.

De volgende dag leren we over alle verbroken verbindingen, ook in dit gebied. De plekken met cultureel erfgoed die niet meer bereikbaar zijn vanwege eigendom van grond, de toename van landbouwpraktijken die niet gestoeld zijn op eeuwenoude relaties met het land en daardoor de bodem uitputten en het grondwater vervuilen en over de verandering van klimaat, waardoor ook the Burren kampt met ongekende periodes van droogte, waardoor het soms lijkt alsof we in Griekenland op vakantie zijn.

Preaching to the converted

Gelukkig sluiten we de dag van ‘de verbroken verbindingen’ af door aanwezig te zijn bij een bijeenkomst van een lokale gemeenschap, die Matthijs liefdevol terecht wijst na zijn vurig verhaal over de kernvraag waar alles voor hem altijd op terug komt: wie denken wij als mensheid wel niet dat we zijn? In relatie tot al dat om ons heen is.

‘You’re preaching to the converted!’ Met je verhaal over het belang van een (integraal) wereldbeeld van ‘inter-zijn’, van wederzijdse co-afhankelijkheid (zou Joanna Macy hebben gezegd). Natuurlijk is dat de weg voorwaarts voor ons. Vertel ons nu liever hoe we mensen bereiken die nog niet zover zijn!’ Waarna Matthijs vertelt hoe hij zelfs sacherijnige CEO’s in dat ‘dynamische midden’ krijgt door ze de meest simpele oefening te geven.

Bij deze geef ik ‘m door. Je zal geen spijt krijgen door ‘m gewoon te proberen.

Oefening van Matthijs:

Maak de komende maand elke dag een kwartier lang contact met een niet door de mens gecreëerd ‘wezen/entiteit’. Een steen, een boom, een vogel die zich elke dag laat zien. Maak op zo’n manier contact dat je niet oordeelt, niet probeert te classificeren, niet indeelt. Zie de boom, de vogel of de steen, gewoon voor wat hij/zij/het is. En onderzoek wat er in jou gebeurt. Hoe je relatie met ‘dit wezen’/ ‘deze entiteit’ al dan niet verandert.

De sceptische CEO, die hij dezelfde opdracht gaf, besloot schoorvoetend het toch maar te proberen. Hij besloot zijn aandacht te richten op een boom waar hij vanuit zijn studeerkamer op uitkeek. En vanaf het moment dat hij dit begon te doen, kwam de boom steeds iets meer in zijn hart. Dusdanig, dat hij een sterke impuls begon te voelen om de oorsprong van alle ‘bomen’ die in zijn bedrijf als bouwmateriaal werden benut, te willen weten. Om vervolgens een aantal radicale beslissingen te nemen over het benutten van hout in de hele bedrijfsketen. En eenmaal thuisgekomen na die beslissingen, als eerste ‘de boom’ voor zijn raam, hierover te informeren.

Geen idee hoe het jou zal vergaan na deze oefening, maar een ding weet ik wel. Het maakt uit of we letterlijk ervaren dat we ‘in het midden staan’. Dat we lichamen zijn in een geest, zoals John O’Donahue[2] zo terecht zegt, en niet geesten in een lichaam. Dat we het ‘heilig ontzag’ voor ‘bronnen’ waar in spirituele tradities zo vaak over gesproken wordt, letterlijk gaan nemen. Dit gaat over de echte bronnen, het water waar wij van gemaakt zijn. En de relatie die we daarmee hebben.

Op zoek naar de bezieling in al dat is

Zoals Poeh al zei in de Tao van Poeh:

Tegenwoordig leven wij, in een maatschappij die doorgaans als Materialistisch wordt omschreven. Maar dat is een foutieve omschrijving.

Onze maatschappij is er in werkelijkheid een van Abstracte Waarden – een waarin dingen niet zozeer worden gewaardeerd om wat ze ‘zijn’, maar eerder om wat ze ‘vertegenwoordigen’.

Als de Westerse industriële samenleving de Materiële Wereld zou waarderen, zouden er geen afvalbergen zijn, geen ontbossing, geen slordig ontworpen en vervaardigde producten, geen vergiftigde waterbronnen, geen dikke, brandstof-zuipende auto’s, noch al die andere verschrikkingen en doornen-in-het-oog die je om elke bocht te wachten staan. Als onze maatschappij materialistisch was, zouden we van de stoffelijke wereld houden – en zouden we onze grenzen daarbinnen kennen. In werkelijkheid merkt de Westerse industriële samenleving de Materiële Wereld niet eens óp. Hij schuift haar achteloos aan de kant, laat haar roesten in de regen.

De materiële wereld is Hier en Nu en de industriële maatschappij heeft geen waardering voor het Hier en Nu. Hij is te druk bezig hebberig achter het Daar en Later aan te hollen. Het gevolg is dat hij maar al te vaak over het hoofd ziet wat hij pal voor zijn neus heeft en wat daar van komt. Hij vergeet waar hij vandaan komt; hij weet niet waar hij heen gaat.”

Nou. Dat dus. Dankzij ‘the Burren’ weet ik weer waar ik heen ga: op zoek naar ‘de bezieling in al dat is’. En ‘en passant’ ook waar ik vandaan kom.


[1] Systemisch noemen we dat ook wel ‘de plek waar alles vandaan komt’. Dit in contrast tot ‘de plek waar alles naartoe beweegt’.

[2] Ierse dichter en dominee uit the Burren, wiens boek ‘Anam Cara’ ik nu op mijn nachtkastje heb liggen

Back To Top